1990:
Het is de periode nadat mijn eerste kleinkind geboren wordt, ik van mijn zwager John de Jong een oude racefiets cadeau krijg, ik stop met roken en besluit het daarmee uitgespaarde geld te investeren in een Koga Myata randonneur .
Ik lees artikelen in de Wereldfietser over woeste fietstochten, zie foto's van tentjes, die zijn opgezet in steenachtige-, of juist liefelijk groene gebieden. Al of niet in de regen, maar altijd een vrijheid van leven uitstralend, die mij zozeer aanspreekt dat ik in 1990 voor het eerst in mijn eentje een fietstocht ga maken. Ik koop een boekje "Van Maastricht naar de Middellandse Zee" en begin aan de leuke job om een route uit te zetten, hetgeen gemakkelijk gaat, want die wordt heel precies in het boek beschreven. Ik oriënteer mezelf op hetgeen ik aan moet schaffen. Lees er van alles over, laat me door mijn zus Marianne naar Epinal brengen (ik durf de hele 1100 km. nog niet helemaal aan), en fiets vandaar in 9 dagen de 900 km. naar Le Lavandou, vanwaar ik met de fietsbus terugreis naar Nederland. Maar niet nadat ik drie dagen liggend en lezend op het strand van de Riviera heb doorgebracht. Ik vond het toen een geweldige prestatie, maar wat erger is, ik was besmet met het fietsvirus. Vastbesloten was ik om hier hoe dan ook mee door te gaan.
Foto's van deze tocht heb ik helaas niet meer. Ik was te druk met andere zaken , maar de beelden van het prachtige Franse landschap op deze eerste reis staan nog in mijn geheugen gegrift.
1991:
Ik haalde mijn zwager Martin over om met me mee te gaan. Mijn zus, zijn vrouw, is niet enthousiast, maar uiteindelijk krijgt ook hij toestemming om in 14 dagen 1000 km. te gaan fietsen, en begint het plannen voor reis onze eerste gezamenlijke reis. Het zouden er uiteindelijk tien worden. Reizen die we samen, of soms met derden maakten. Ons uitgangspunt is met trein of bus naar een bepaald doel. Duizend kilometer fietsen, en per openbaar vervoer terug. En dat in 14 dagen. Je ziet, het ging ons niet om snelheid, maar om de vrijheid om in je eigen tempo veel van de omgeving te zien, de natuur in te snuiven, en te luisteren naar geluiden die je in de loop der tijden vreemd zijn geworden. Vogels, wind of watergeklater.
In 1991 proberen we Toscane. Dus Martin's eerste en mijn tweede tocht. Met de fietsbus van Oad naar Sienna. Vandaar weer de geplande duizend kilometer. Sienna, Florence, Pisa, Rome. Een prachtige tocht over geen hoge, maar wel veel steile bergjes in een landschap van pijnbomen en wijngaarden. In Nederland een hittegolf, terwijl wij in Italië met het ijs op ons stuur Orvieto binnen reden. Met de fietsbus weer 24 uur terug rijden. Voor ons als onervaren fietsers was deze tocht heel zwaar, maar gaf ons wel de moed om volgend jaar verder te gaan.
Rome, een drukke overvolle stad, maar de moeite waard.