home
route
periode
financiën
paklijst
documenten
gezondheid
contact
Van de WebMaster

reisverslag Europa

reisverslag Turkije

reisverslag Centraal Azië

reisverslag China

1990 en 1991.Begin en Italië
1992 en 1993.Frankrijk en Spanje
Europa en noord Afrika
Gambia 2001
Nederland-Nepal 2003/2004
familie foto's

fotopagina europa

fotopagina Turkije

fotopagina centraal Azië

fotopagina China

fotopagina Mongolië express

fotopagina Rusland

sponsor ketaaketighar nepalma

 

Reisverslag Centraal Azië.                                                  Naar fotopagina Centraal Azie

 

Verslag 24 juli van Georgië en Azerbeidzjan.

Van Hopa in Turkije naar de grens met Georgië is 20 km, lekkere vlakke weg pal aan de Zwarte Zee. De afgelopen nacht is er een rotsblok zo groot als een huis op een auto gevallen.
Het passeren van de grens duurt een half uur, en levert totaal geen probleem op. Tot Kobuleti  een heerlijke weg langs de zee. Goede temperatuur, windje mee. Oude pompeuze Sovjet hotels  worden bij bosjes gesloopt, en vervangen door moderne westerse hotels. Na Kobuleti wordt de weg saai tot aan Poti. Ik vind onderdak bij een gezin (het enige hotel was 50 euro), breng daar de avond door pratend over de tweede wereldoorlog, Texel, Sandra, de vrouw van de huidige president, en Nederlandse. Maar vooral drinkend. De reputatie dat Georgiërs drinkers zijn, maken ze volkomen waar. Een fles wodka kost nog geen 4 euro.

 

                                                                                                  

 

Vallende rotsblokken boven Hopa.

 

Ik heb overigens tot nu toe alleen maar behulpzame mensen ontmoet, en is hun criminele reputatie nog niet bewaarheid. 
Nino, het 16 jarige zusje van mijn gastheer, Gio, geeft me spontaan haar eigen houten halsketting met een kruis, dat in een soort gebedshoekje ligt. Alle buren komen kijken en ik ben helemaal het middelpunt!
Na Poti is de weg ongelooflijk saai, en onnoemelijk lang. In Kutaisi vind ik een hotel. Schoon en goedkoop.
Na Kutaisi een felle tegenwind. Ik vorder maar heel langzaam, 60 km. ,en beland ergens tussen een restaurant en de weg op een mooi grasveldje om mijn tent   op te zetten. Intussen is de temperatuur alweer tot boven de 40 gr. opgelopen.
Als de wind blijft aanhouden en de weg steeds saaier wordt, gooi ik mijn hele handel in de bus naar Tblisi.
In een hotel in aanbouw zitten een paar mannen te drinken en te eten, Ik zit direct weer aan de wodka en de Georgische wijn, krijg te eten, en wordt met de auto naar een Russische dacha (zomerhuis) van een van hen gebracht. Weer wodka, en een diepe slaap....
Op zondag 22 juli, de laatste 70 km. tot aan de grens met Azerbeidzjan. ik kan over de mensen van Georgië alleen maar positief zijn. Ze zijn gastvrij, behulpzaam en super gezellig. Het land op zich is minder boeiend. Grauwe flats en veel Sovjet invloeden, slechte wegen, en behalve wat berggebieden een saai landschap. Tenminste de route die ik heb gefietst. Verder zie je veel Lada's en oude Russische vrachtwagens. Ik had ook het voordeel afkomstig te zijn uit het land van Sandra Roelofs, de populaire vrouw van de president.


                                                                                                  

 

Azerbeidzjan.

 

Om 16.00 uur rijd ik Azerbeidzjan binnen. Behalve wat gewichtig doende ambtenaren, ook hier geen probleem. Ik kampeer maar weer langs de kant van de weg. Niemand valt me lastig, alleen de tweede nacht sta ik op een muizennest, die heel de nacht over de tent trippelen.
In Ganje slaap ik in het meest wanstaltige hotel dat ik ooit gezien heb. Een groot betonnen gebouw uit de Sovjet tijd. Meer dan 10 verdiepingen, met nog een oude vrouw in een soort peignoir op elke verdieping, die daar de scepter zwaait.
Ik krijg kamer 608 toegewezen. Smerige gordijnen en grauwe lakens, niks doet het. WC licht, WC.,warm water. Hoe kan zoiets lelijks gebouwd worden!? Het gebouw telt meer dan 10 verdiepingen, maar alleen de zesde is geloof ik nog in gebruik. Andere gasten heb ik in dit spookhotel nog niet gezien.
Verder is Ganje, na Baku de grootste stad van Azerbeidzjan, een vriendelijke stad met veel internetcafe's (heel traag) en ik kan hier 
gewoon pinnen. Heb zelfs de keus tussen dollars en Manat, het locale geld.

Verslag van Ganja (Azerbeidzjan) tot Aktau (Kazachstan).                                                      

Na Ganja gaat het snel. Kaarsrechte wegen van zeer slechte kwaliteit. Ik fiets naar Uzgar, zie onderweg in het Russisch busstation staan, ik realiseer me dat niet. Weet het niet eens. Ik zet mijn tent op in een doperwten veld, ga wat lezen en zie weer datzelfde woord. Omdat ik toch al overwoog om een stuk met de bus te gaan vanwege de slechte kwaliteit van de weg, en de saaie route, besluit ik om de volgende dag de 6 km. naar Uzgar terug te fietsen en de bus te nemen.
Fiets en bagage worden in een minibus gepropt, en ik betaal 4 plaatsen (15 euro), voor de 220 km. naar Baku. Achteraf gezien een goede beslissing,  want op een gegeven moment was de weg alleen maar zand en keien.
Sta je in het busstation van Baku, wat dan? Vraagt de weg naar het centrum, zie alleen heel dure hotels. Dan zie ik eindelijk iemand die Engels praat en op een Amerikaans verkeersbureau werkt. Hij geeft me het adres van een goedkoper hotel, maar wat vervelender is, de Turkmeense ambassade die hier zou moeten zijn is vanaf februari al gesloten. 

Ik kom terecht in het toch nog te dure hotel Kicik Qala 98. Jabir de manager van dat hotel is werkelijk goud waard, die heeft me erg veel geholpen.
Hij heeft een kennis bij een reisbureau, dat connecties met Turkmenistan heeft. Ik kan een visum krijgen, maar dat duurt 3 weken,  dat is me veel te lang, dus ik laat Turkmenistan helemaal vallen en ga via Kazachstan. Intussen lig ik nog steeds op schema hoor, mijn planning was de 25e juli Baku en ik kom er de 26e, dus een mooi resultaat! Nu moet ik achter een Kazachstaans visum aan, wat ik in een dag heb bemachtigd, en nu maar wachten op de boot. Intussen heb ik aan Jabir uitgelegd dat zijn hotel te duur voor me is en hij nodigt me uit bij hem thuis, een klein tweekamer huisje buiten Baku. Het is niet voor herhaling vatbaar, en Jabir brengt me naar Alltstad Guesthouse, de helft goedkoper.

Intussen bekijk ik de stad. Het oude Baku is gebouwd als een vesting, binnen de vesting zijn de hoogtepunten de Maiden Tower, Shirvan Shah's Palace en 2 heel mooie Caravansaray's, prachtige badhuizen, nog in gebruik, en oude moskeen. Alles geheel of gedeeltelijk gerestaureerd en uit de twaalfde eeuw.
Ik praat met veel mensen. Als ik op een terras zit komt er altijd wel iemand naar me toe voor een gesprek. Ze vertellen hoe hoog de Armeense kwestie hen zit over het gebied Karabag, over de schijn democratie, het verschil tussen arm en rijk, dat enorm is en over de slechte oudedagsvoorzieningen. De "AOW" bedraagt 50 euro, terwijl de kosten voor levensonderhoud 250 euro bedragen. Babushkas (oude vrouwen) vragen je op straat zo onopvallend mogelijk om geld. Ze schamen zich. Het is en schande dat ze je op deze manier oud laten worden!
Als het meezit vertrekt op 1 augustus de boot naar Aktau. Het is een ongeregelde overtocht, en de boot vertrekt alleen als hij vol zit. Op de ochtend dat ik wil vertrekken ontdek ik een lelijke scheur in mijn velg. Niemand weet een fietsenmaker en weer is het personeel van Kicik Qala 98 Hotel www.hotelgef.com me behulpzaam. Ze brengen me buiten de stad naar een wielerbaan waar tal van mecaniciens bezig zijn met fietsreparaties. Binnen 2 uur is mijn velg vernieuwd en overgespaakt. Voor 25 euro.         

 

                                                                                                   

 

                                                                                                          Baku

 

Ik heb 10 dagen in Azerbeidzjan doorgebracht. Heb wel de vlakste maar niet de mooiste route gereden. De mensen zijn er werkelijk fantastisch, alhoewel iets ingetogener dan de Georgiërs, dat zijn levensgenieters.
Ik moet om 17.00 uur bij de haven zijn. Er zijn al heel veel mensen. Een rally team, dat van Londen naar Mongolië onderweg is. Ze zijn er met 10 van de 200 deelnemende auto's. Vrachtauto's, zelfs een trein staat te wachten. Kaarten zijn niet te koop en ik wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Ik bel Jabir, en als die komt heb ik binnen 5 minuten een ticket naar Aktau, de hele ferry is een corrupt gebeuren waar alleen met extra geld zaken geregeld worden.
De overtocht zal 24 uur duren. In 2002 is een boot van deze maatschappij op deze route vergaan in een storm, alle opvarenden kwamen om. Om 01.00 uur zijn alle bureaucratische plichtplegingen achter de rug, en kunnen we Azerbeidzjan verlaten.

Kazachstan. Als op 3 augustus om 03.00 uur de boot arriveert, worden we allemaal gewekt, met onze bagage naar de lobby gedirigeerd, om een uur later weer gesommeerd te worden, maar weer naar bed te gaan. De douane werkt niet voor 08.00 uur. Chinees uitziende mannen met oversized Sovjet petten staan ons gewichtig tegen te houden, en in rijen te zetten tot ze eindelijk om 10 uur eens met de paspoort controle beginnen.

Als ik alle benodigde stempels heb verzameld wil men ook nog een document voor mijn fiets. Heb ik niet. Dan moet ik wachten tot de chief engineer tijd heeft om een document te maken. Na een half uur pak ik woedend mijn fiets, roep een douane man toe dat ik het document heb afgegeven, wat niet waar was, en fiets zelfverzekerd weg. Ze kijken verbouwereerd, maar ondernemen gelukkig geen actie.
Aktau is een badplaats naar Sovjet voorbeeld gebouwd. Grote boulevards, parken met daartussen flats en gebouwen uit de Sovjet architectuur.   Geen straatnamen, maar sectienummers en gebouwen nummers. In de Sovjetperiode had men hier veel Russische toeristen en en gaf uranium rijkdom aan de stad. Met de Russen is ook dat verdwenen. Nu men veel olie in de Kaspische zee aan het boren is, krijgt de stad opnieuw aanzien.
De mensen beginnen hier steeds meer een Aziatisch uiterlijk te krijgen en de communicatie wordt steeds moeilijker. Ik kan de tekens niet lezen en Engels is hier een ongebruikelijke taal.
Later op de dag ontmoet ik de mensen van het London-Mongol Rallyteam weer. Ze zijn op zoek naar een hotel. Ik neem ze allemaal mee naar het hotel dat ik al gevonden had. De avond besluit ik met een lang gesprek met Yuri, een Russische kapitein van een booreiland, en met Russische cognac. Het leven is goed!

Bijgewerkt t/m 4 augustus.

Het is 5 augustus als ik Aktau verlaat, iedereen raad me af om door de woestijn te gaan i.v.m. de hitte. De weg is maar  gedeeltelijk geasfalteerd en oersaai.   Dus maar weer met de trein. Nu naar Beyneu, een rit van 9 1/2 uur in een bloedhete, overvolle trein vol zwetende mensen. Beyneu of all places, het saaiste stadje dat ik ooit heb gezien. Een stoffig woestijnstadje zonder ook maar enige voorziening. Geen internet, sms'en gaat niet en ik zal er 5 dagen moeten blijven  voor ik Uzbekistan in mag.

Een dieptepunt, maar er zijn ook lichtpuntjes, want op het station kan je bij vrouwen heerlijk warm eten kopen. Kip, rijst, koud bier en hoewel niemand engels spreekt zijn ze eerlijk, en laten je als toerist niet meer betalen.
Elf augustus stap ik eindelijk na 16 dagen weer op de fiets. Intussen heb ik honderden kilometers door smerige woestijnen getreind, de Kaspische Zee overgevaren en gewacht, gewacht op de boot, op visa, tot ik Uzbekistan in mocht. Het is allemaal best leuk als enige toerist tussen al die locals, maar ook heel vermoeiend. Ik zit in Nukus weer in zo'n enorm groot aftands hotel.Geen stromend water, de kalk valt van de muur, 10 hoog en de lift werkt niet. Er wordt ingebroken in mijn kamer en mijn GPS wordt gestolen. Je fietst verder, Gurlan, vindt daar een slaapplaats in een hospitaal, en dan Khyva. Wat een verademing, een prachtig voorbeeld hoe oude stadjes langs de zijdroute er uit hebben gezien. Khyva is helemaal gerestaureerd door de Russen en nu één groot museum. Staat op de lijst van Unesco.
Een oase van rust en schoonheid, na al het lelijks dat ik de laatste dagen heb gezien. Al die dode beesten langs de weg, zelfs een dode kameel waar de honden stukken vlees aan het af rukken zijn.
Nu begint het meest interessante deel van de reis, eerst nog 400 km. door de woestijn met de bus van Urganch naar Bukhara, en dan is het openbaar vervoer gelukkig afgelopen.

De temperatuur is heerlijk. Niet boven de 30 graden, wind mee en een redelijk wegdek.
                                                                                                                                                                                                                  Bijgewerkt t/m 14 augustus.


Verslag 24 augustus Tashkent.
 

Na een heerlijk verblijf in Khyva, fiets ik terug naar Urgench om daar de bus te nemen naar het 400 km. verderop gelegen Bukhara.                    Door de woestijnen fietsen is eigenlijk zonde van je tijd. Het is alleen maar zand en hitte.
Diep in de nacht van 15 augustus kom ik in Bukhara aan. Een ongunstig tijdstip, want nu ben ik overgeleverd aan de grillen van een taxichauffeur. Busstations liggen meestal buiten de stad, en in het donker zonder licht een hotel zoeken, is niet te doen.
Bukhara is prachtig. Echt een stadje uit duizend en één nacht. Mystieke plekjes, medressa's (koranscholen) , minaretten en caravansarray's.
Samen met Samarkant en Khyva staat Bukhara op de lijst van Unesco. De geschiedenis gaat hier terug tot de 9e eeuw.                                               Het middelpunt van de stad is Lyabi Hauz, een poel,die eens deel uitmaakte van een kanalennetwerk, waaromheen het sociale leven zich afspeelde.  In de 12e eeuw bestond Bukhara voor 7% uit joden, en had 7 synagogen. Nu is er nog een kleine Joodse wijk met 2 synagogen.                                

Met een groepje Russen ga ik naar een proeverij van Uzbeekse wijnen, en 's avonds zit ik met een jong Duits stel te kijken naar een dansshow.
Van Bukhara in 3 dagen naar Samarkant, een van Centraal Azië's oudste steden. De laatste zinnen van een gedicht uit 1913 van James Elliot
Fletcher, beschreven de glorieuze stad als volgt:

We travel not for trafficing alone,
By hotter winds our fiery hearts are fanned,
For dust of knowing what should not be known
We take the Golden road to Samarkant      

                                         

                                                                        

 

                                                                            Samarkant

Geen naam is zo met de zijderoute verbonden als Samarkant. De oude historische stad vol medressa's, minaretten en een pracht moskee.
Daarnaast een heel modern en luxe Samarkant, met brede avenues, parken en fonteinen en immens grote beelden van Amir Timur, de grote
held uit het verleden.
In Samarkant verblijf ik in hét backpackers guesthouse bij uitstek, Bouhadir. Heerlijk easy going sfeertje, niet alles even schoon, maar oergezellig,    en nog belangrijker.. veel tips! Zo kom ik aan het adres van een goedkope overnachtingplaats in Tashkent. Vijf euro incl. eten.

Tussen Samarkant en Tashkent wordt het toch weer 280 km. bussen. Ook weer een oersaaie weg, en ik verlang naar de koelte en de hoogte van
Kirgizië.
Ik vind makkelijk Karamar Apa's House, het goedkope overnachtingadres, en ga weer op visa jacht. Nu China en Kirgizië. China krijg ik
dezelfde dag, als ik dubbel betaal, dat wordt  80 euro. Kirgizië duurt 2 dagen voor 55 euro.
Ik heb uitgerekend dar ik tot nu toe 21 dagen op visa heb moeten wachten en het kostte me 475 euro.
Ik slaap midden in de oude wijk Chorsu. Verder is Tashkent heel modern. Luxe regeringsgebouwen, ook hier weer veel parken en standbeelden. Maar eigenlijk ben ik hier alleen voor de visa.
Ik ontmoet veel mensen die ik eerder op mijn reis ook ben tegengekomen, en we trekken veel gezamenlijk op. Je ontmoet ze meestal in het guesthouse of op ambassades, want we heb een allemaal hetzelfde doel, een visa bemachtigen.

Bijgewerkt t/m 24 augustus.

 

Verslag 27 augustus Kirgizië.
 

25 augustus verlaat ik Tashkent. Het is 06.10 uur als ik op de fiets stap, een heerlijke temperatuur, wind mee en nog weinig verkeer.

Toch kom ik maar net voorbij Angren, 110 km. van Tashkent. Dit komt door het klimmen en ik heb mijn eerste lekke band.

Ik verwissel gelijk mijn buitenband en dat alles kost tijd. Ik klim langzaam van Tashkent (500 mtr.) naar 1000 meter en uiteindelijk naar 2150 meter. Ik kom voor een tunnel waar ik op de fiets niet door mag, en ook niet durf.
Krijg een lift van zo'n auto die auto's vervoert, ze geven me eten en cognac en daal dan snel af naar Kokand, richting Adigan.

Onderweg krijg ik meloen, thee eten en in een dorpje een plek voor mijn tent.
Het gaat allemaal heel relaxed. Uzbeken zijn zeer behulpzaam en gastvrij. De grensovergang tussen Uzbekistan en Kirgizië verloopt zonder
problemen, al nemen de formaliteiten wel zo'n 2 uur in beslag.

 

                                                                                                                                             

                                                                                                

                                                                                                 Vlag Kirgizië                                                  Osh


Zo ben ik dus de 27e augustus in Kirgizië aangeland. Het gaat allemaal volgens plan ik overnacht in Osh, een stad met een kleurrijke bazaar.
Laat mijn spullen hier achter en ga met de taxi naar het 700 km. verder liggend Bishkek.

De route leidt langs mooie bergen, yurt kampen en op de weg vaak oponthoud door de vele kuddes, schapen, koeien en heel veel paarden.

Kirgizië is echt een land van paarden. Men eet paard, drinkt paardenmelk en iedereen, hoe jong ook, rijdt paard.
Bishkek is een moderne stad vol prachtige regeringsgebouwen, maar heeft verder weinig te bieden.
Op de terugweg van Bishkek naar Osh heb ik een nare ervaring met een taxi chauffeur, die me oplicht voor 50 dollar. Als ik bij het uitstappen in Osh aangifte wil doen bij een politieagent, perst die me ook nog eens 40 dollar af. Hij neemt gewoon je paspoort in, en als je niet betaalt, kan je het 2 dagen later ophalen in Bishkek, 700 km. verder..... Je hebt dus geen keus, ik heb altijd al iets gehad tegen die enorme sovjet petten.
De volgend dag verlaat ik Osh. Zeer slechte weg, klimmen en ik kom maar 53 km. verder. De nacht breng ik door bij een familie ergens in de
bergen. Je komt zo wel echt onder de bevolking, ziet hoe ze leven en ze vertellen je veel over het land.

In dit huis woont mijn gastheer, een man van 63, zijn moeder van 104, 2 zoons, waarvan een getrouwd, en zijn vrouw en 3 kinderen. Geen gas, geen stromend water en de elektriciteit valt uit, wat wel 2 dagen kan duren. Water wordt dagelijks uit de rivier gehaald. De winters zijn hier erg koud.

Er valt dan minimaal een meter sneeuw. Overal lopen geiten, kalkoenen, ezels en koeien. De mensen gaan er steeds Chineser uitzien.


Als ik mijn weg vervolg wordt de weg steeds slechter. Ik klim naar 2400 meter, daal weer naar 1700 meter en stijg weer naar 2300 meter.
Zet mijn tent op bij een restaurantje, krijg regen en de nachten zijn behoorlijk koud, overdag is het nog 25 graden.
Ik moet over de Tajikpas van 3600 meter hoogte. Ik red het niet. 400 meter onder de top, wordt de weg zo slecht en steil, dat ik het
opgeef. Een vrachtwagen neemt me mee en we gaan richting Irkestan pas, de Chinese grens.
Na Sary Tash blijft de weg slecht. Grint en gaten, dus ik ben blij in de vrachtwagen te zitten. Ik zie wel fietsers, bewonder hun moed, maar
voor mij is het net iets te primitief. Aangekomen bij de Chinese grens is deze gesloten.
Kirgizië resumerend. Slechte wegen, over het algemeen vriendelijke mensen, maar ook veel hufterig gedrag, vooral in het verkeer.

Ik heb moeite met de autoriteiten met die grote petten en de douane is super arrogant.

 

Einde reisverslag Centraal Azië.                                                                               

                                                                                                                                      Eindelijk.....

 

Naar reisverslag China