Het is precies 1 mei om 7 uur als ik vertrek. Marianne, Martin, Ronald, Hugo jr., Jan Postmus en Ep en Jannie Koiter en natuurlijk Ria zijn er om me uit te zwaaien.
Snel afscheid en op weg. Toch wel met een brok in mijn keel, want het worden tenslotte 7 maanden van huis. Het is prachtig weer
en Ik zet koers naar de Meern, waar ik het laatste jaar flink wat post heb bezorgd voor Sandd. Vianen, Leerdam tot Brakel waar ik over moet varen. De route komt me wat zigzaggend voor, maar ik kom waar ik wezen wil.
Ik neem de prachtige fietspaden in me op, wetende wat me nog te wachten staat. Het groene landschap, de kaarsrechte kanalen en het voortjagende autoverkeer in de verte, op weg naar Gorinchem,Tilburg en uiteindelijk de eerste overnachting in Turnhout.
5 minuten voor vertrek. Het afscheid. Het vertrek.
De volgende dag de Kempen door naar Diest. Veel versperringen en daardoor lang zoeken, maar verder mooie jaag en bospaden. Het weer blijft prima. De "ijzeren weg route" naar Zoutleeuw leidt me langzaam naar Huy, de Ardennen in.
Klimmende wegen door mooie bossen afgewisseld met welriekende boerderijen. Veel venijnige klimmetjes maken de Ardennen tot een eldorado voor mountainbikers, maar een energieverslinder voor randonneurs met 38 kilo bagage.
Van La Roche naar Hive, weer geen weg aangegeven, en ik beland op de N4 naar Bastogne, 25 kilometer over de vluchtstrook is geen pretje, maar in
België mag dat.
De volgend dag naar Luxemburg. Het regent intussen voorlopig alleen ´s nachts. Ik besluit wat creatiever om te gaan met mijn routeboek, en waar mogelijk wat stukken af te snijden. Dit gaat ten koste van de leuke weggetjes, maar ik moet uiteindelijk binnen een redelijke tijd in Peking komen. Vandaag al een winst van 25 kilometer.
Op de camping in Luxemburg krijg ik een schilderij cadeau van een Pool, die ze verkoopt op straat, en een boek over de burgeroorlog in Zuid Afrika van een straatmuzikant. We drinken
gezamenlijk een paar flessen wijn en kletsen wat. De cadeaus gooi ik weg. Zonde, maar ik heb geen keus.
Op 6 mei rijd ik het derde land al binnen, via een smokkelaarsroute kom ik bij Hagen de grens met Frankrijk over. Windje mee en weer een prachtige zon. Lotharingen is economisch gezien geen topper, maar wel een prachtig gebied. Mensen trekken er weg, winkels sluiten en het is zondag, dus tijd voor een lunch op een zonnig terras. Een "plat Lorraine" smaakt me heerlijk.
Ik drink intussen al weer zo´n 5 liter per dag. 3/4 water, rest thee, melk en bier.
Dan Metz met een leuk gesprek met 3 medefietsers op de camping. De Vogezen in via Bayon. Intussen is het koud miezerig weer in een oninteressant gebied. Een stel Fransen centrifugeren en drogen de door mij gewassen kleren. In Remiremont beland ik doornat en koud in een cafe voor koffie. Alle winkels zijn gesloten. Feestdag? Maar ik vind er ook een prachtig fietspad naar Cornimont. Kilometers lang, in het begin vlak, maar later iets oplopend en tussen prachtig begroeide rotsen door.
Na een koude mistroostige nacht in Cornimont direkt een klim naar 900 meter. Als je je erop instelt dat je slechts 5 km. per uur fietst, en de afstand is 5 km. Dan duurt het dus een uur voor je op de plek van bestemming bent, dan geeft het niets. neem je tijd. Uiteindelijk verkleumd bovenop de Col de Oderin. Van buiten koud van de regen, van binnen nat van het zweet. Je daalt af met ijskoude tintelende vingers, remmen is dus onmogelijk en onderkoeld kom je beneden in Kruth. Je stopt om de bloedsomloop weer te herstellen en vervolgt huiverend je weg naar Thann, in de Zuidelijke Elzas. De wind gaat harder waaien en is uiteraard tegen.
Alweer een pracht fietspad, nu van Dannemarie naar Seppois-Le-Haut. Een omgewaaide boom verspert de weg, en samen met een nog oudere man tillen we mijn fiets incl. De 38 kilo bagage over de boom.
Op 10 mei verlaat ik onder een stralende zon Frankrijk bij Miecourt en rijd ik een slaperig Zwitserland binnen. Bern is het doel vandaag, maar twee heel zware en een minder zware klim slopen me, en ik kom niet verder dan Biel (Bienne), 40 km. Voor Bern. De volgende dag is een rustdag gepland, dan moet ik die 40 km. Naar Bern maar inhalen, wat me uiteindelijk op 11 mei om 11.30 uur lukt.
Al met al een heel pittig begin, maar ik lig redelijk op schema.
Bijgewerkt t/m 11-05-07.
Reisverslag Europa 11 t/m 18 mei, Zwitserland en Italië.
Ik kom op 11 mei aan in Bern. Na al mijn karweitjes, vertrek ik de 12e alweer. Bern is een romantische plaats, zo'n beetje als Passau, maar dan groter.
Route 8 volgend kom je makkelijk Bern uit naar Belp, en daarna de in Zwitserland perfect
aangegeven fietsroutes naar Thun.
De weg is redelijk vlak, maar ongemerkt klim ik toch naar de 850 meter waarop
Frutigen ligt. De reis tot hier toe was best erg zwaar. Veel klimmen, tegenwind, kou en regen! In Frutigen besluit ik om de trein onder de Simplon door te nemen, i.p.v. de 2000
meter te klimmen. Ik loop achter op het schema, en hoor van de plaatselijke bevolking dat
het boven noodweer is. Ik kan het me niet voorstellen, want ik sta nu in een stralend
zonnetje. Eerst met de trein naar Brig, en daar overstappen op de autotrein. Twintig
minuten treinen later, kom ik aan de andere kant in een totaal andere wereld. Ik ben nu
in Italië, maar wat erger is, het giet hier, en het is zo'n graad of 10 kouder.
Ik begin in mijn regenkleding aan de afdaling naar Domodossola. Het is zondag,
regenachtig en ik ben voor mijn gevoel alleen op de wereld. Gelukkig blijft de weg dalen,
al is het dan door armoedige dorpjes.
Zes landen in nog geen 14 dagen heb ik intussen aangedaan.
Het weer blijft me parten spelen. Vanuit Mergozzo naar Como weer veel kou en regen.
Ik vaar over van Intra naar Laveno over het Lago Maggiore. intussen ben ik de boeiende stad
Verona gepasseerd. Op de overtocht die 20 minuten duurt, hoor ik het levensverhaal van
een Zwitserse zakenman, en mij feliciteert met mijn keuze om deze onderneming te
beginnen.
De tocht voert verder door, toch weer klimmend, prachtige bossen en romantische steegjes
van dorpjes als Cevano en Ganna. Langs blauwe meren en onder dorpjes door, die tegen de
bergen lijken aangeplakt, in typisch Italiaans terracotta/geel kleurschakeringen.
Nog weer even door Zwitserland naar de grens bij Chiasso. Regen, veel verkeer en ik ben weer in Italië, en ontwaar ik een grijs Como meer.
Naast mij doemt de gestalte op van wat later Aldo blijkt te zijn. Een Italiaan, die samen met zijn vrouw Garla een jaar lang door Europa fietste en hierbij 23.780 km. aflegden.
Zij waren op 1 mei 2000 in Zandvoort en toen lag de sneeuw op het strand. Misschien is deze kou hun wraak, maar in elk geval nodigt hij me bij hem thuis uit, en slaap ik weer eens in een echt bed.
Na een stevig ontbijt zet Aldo mij weer op het goede spoor. Het is weer zo ijskoud en
nat, dat ik besluit de snelste mogelijke manier naar het Lago d'Isea te kiezen, en dat is
50 km. langs een gevaarlijke autoweg, enig lichtpunt is dat ik de wind mee heb.
Ik neem toch even de tijd om Bergamo te bekijken met zijn Citadel hoog boven de stad,
en een geschiedenis die terug gaat tot de Galliërs.
Het leven verandert. Op 16 mei vertrek ik onder een stralende hemel van het Lago d' Isea
naar het Gardameer. Een prachtig bewegwijzerde fietsroute, ver van welke autoweg dan ook.
Eerst naar Brescia, een mooie stad maar zonder de beslotenheid van Bergamo en de
grandeur van Verona. Toch een plaats om nog eens te bezoeken.
Vervolgens Desenzano, een mondaine badplaats, erg luxe en je wilt er zo snel mogelijk weg
naar het gemoedelijke plaatsje Peschiera met zijn voortreffelijke camping " Il Tigilo".
Via de stad Verona met zijn arena en faam op het gebied van opera door de streek waar de
Valpolicella, Soave en de Est,Est,Est vandaan komt.
Ik overnacht in Baone op een heerlijke boerencamping, waar de wijn nog rechtsreeks uit het vat wordt getapt en maar € 2,00 per liter kost, en dat alles onder een schitterende zon. Ik verlaat deze wijnstreek
"Colli Euganei", kom door de vrolijke studentenstad Padova en beland in een
oer-Hollands
landschap. Landbouw en kaarsrechte kanalen en dito wegen. Alleen een soms opduikend
Italiaans kasteeltje herinnert je eraan dat je nog steeds in Italië zit.
Sottomarina, tientallen kilometers voor Venetië wordt mijn domein voor de komende 2 dagen. Juist hier, omdat volgens mijn gegevens de boot naar Pula hier vlakbij vandaan zou
vertrekken. Vanuit Chioggia stond er in mijn gids, maar niets is minder waar. Ik had dus
beter de noordelijke kant van Venetië kunnen kiezen. Dat is een probleem dat ik nog op
moet lossen, want ik wil ook een dag Venetië in.
Ik ben precies op schema, en 50 km. minder gefietst dan gepland aan het einde van deel 1
gekomen.
Totaal heb ik nu 1733 km. gefietst. Het is 25 graden en de weersverwachtingen zijn
O.K. Het is 18 mei.
Bijgewerkt t/m 18-05-07.
Reisverslag Europa 18 t/m 30 mei, Slovenie, Kroatie, Bosnie.
Ik heb op een gegeven moment gekozen voor Choggia, omdat ik van daaruit de keuze heb om een ferry naar Pula te vinden. Die vaart dus al 2 jaar niet meer, en vanaf Venetië pas vanaf 5 juni.
Andere mogelijkheden zoals naar Porec, Rovigno of Raban, passen niet in mijn schema.
Ik fiets vanaf Chioggia met de bedoeling ergens tussen Venetië en Triest te eindigen.
Maar eenmaal bij Venetië, kan ik toch de verleiding niet weerstaan. Zo dicht bij, en dan de stad van Marco Polo niet te bezoeken, dat gaat te ver. Ik ben om 11.30 uur op camping Fussino,
waarvandaan je met de boot de stad Venetië in kan.
De stad voldoet precies aan het beeld dat ik er van heb, veel water en gondels met de bekende gondeliers.
Alles is mooi, de etalages, de winkels, de steegjes, de duiven op het Piazza San Marco en het Pallazzo Ducale. Hier bewijzen de Italianen weer dat ze smaak hebben en gevoel voor schoonheid.
De heel toeristische ambiance, en het feit dat een biertje op een terras 7,00 kost, zie ik door de vingers. Venetië is het waard.
Maar al dat geneuzel over wel of geen boot, heeft me ook geïrriteerd.
Ik heb Venetië gezien en moet nu verder. Ik fiets uit nijd in een dag van Venetië naar Triest,
160 km. Dat kan ook wel, want ik heb een sterke wind mee, een vlakke weg, en ik hoef nergens te zoeken.In het begin is het saai, maar dichter bij Triest wordt de weg interessant en mooi.
Door wijngebieden als Veneto en Friuli. Prachtige beelden op de Adriatische Zee boeien mij zo, dat ik ongemerkt op een autosnelweg beland, waar ik al snel door de politie van wordt verwijderd.
Zij zijn zo vriendelijk me op de goede weg naar Slovenië te zetten, en ik krijg alleen een standje.
Stevig klimmen vanaf de kust, tot ik bij Pisek de Sloveense grens passeer. Langs de weg kijken wilde zwijnen mij verwonderd na, en door prachtige bossen na 35 km. de Kroatische grens.Vanaf hier een lange afdaling naar Rijeka.
Ik ben hier 28 jaar geleden voor het laatst geweest, en er is veel veranderd, voornamelijk aan het wegennet. Nog steeds is men druk bezig met het bouwen en vernieuwen. Maar wat wel is gebleven, is de kustweg vanaf Rijeka. Op de plek waar de torens van de INA raffinaderij uit zee op rijzen, juist op de plek waar ik vroeger van dacht, wie gaat hier nu met vakantie heen, slaap ik op een camping.
Een camping van niks overigens, maar wel een leuk contact met de enige andere gasten hier,
een Duits echtpaar. Voor het eerst maak ik kennis met het onvoorspelbare Kroatische weer rukwinden, onweer, zo maar plotseling, maken mij wel even angstig.
Na Rijeka, Crikvenica en een nostalgische ervaring als ik Autocamp Selce bezoek.
Hier kwam ik een kwart eeuw terug met mijn vrouw en kinderen. Het is een zwaar traject, met veel stijgen en dalen. Zo zit je weer op zee niveau, zoals bij Senj, en dat zie de zee weer 400 meter
onder je.
Ik kies ervoor om over het eiland Pag naar Zadar te fietsen. Pag is redelijk vlak,en een Sloveense fietser waarschuwt me voor de weg bij Karlobag, die heel zwaar schijnt te zijn.
Ik mis weliswaar de pont naar Pag, waardoor ik anderhalf uur moet wachten, en ik pas in het
donker op de camping in Novalja beland, maar de volgende dag fiets ik redelijk relaxed de 80 km. naar Zadar. Een duik in de Adriatische Zee spoelt al de moeheid van me af. Al met al is het best zwaar.
Veel klimmen, en was eerst de regen en de kou tegenstander, nu is het de hitte, opstijgend van kale asfaltwegen die me het zweet over mijn lijf laat gutsen, en mij nu al 9 liter water per dag laat drinken.Het is dan ook 35 graden.
Na Zadar begint de Dalmatische kust. Vlakke weg, geur van de zilte zee vermengt met het zoet van de Dalmatische kersen. Fietsen op zee niveau tot aan Pirovac, daarna stijgend, maar nooit hoog. Uitgezonderd voor en vlak na Sibenek, is deze weg werkelijk de moeite waard. In Primosten is
camping Adriatico. Een duik in zee doet hier de moeheid van 2300 km, van mij afspoelen.
De mij al vertrouwde vlakke weg, pal aan zee zet zich voort. Even stijgen, van de zee af voor Marina, een havenplaatsje waar wel héél dure jachten liggen.
Voor Split weer de gebruikelijke problemen om de stad in te komen.
Split is een stad met 300.000 inwoners en het economische hart van deze streek. Omgeven door afschuwelijke flats, is het centrum heel mooi, met een groot marmeren plein aan de voeten van de Adriatische Zee.
Nogmaals, een mooie stad, maar ik krijg geen woest verlangen hier terug te keren. Eenmaal de stad uit, houd ik het al na 20 km. voor gezien en beland op een camping pal aan zee op het strand. Het is intussen de zaterdag voor Pinksteren, maar daar merk je hier niks van.
Eerste Pinksterdag vertrek ik met een woeste tegenwind. Donkere wolken bederven het prachtige weer van de afgelopen dagen. Kleine mankementen aan mijn fiets, die ik onderweg zelf verhelp en het stijgen van de weg houden het aantal kilometers deze dag beperkt. Ik stop in Zaostroy, de
laatste camping aan de Riviera Makarska.
Het onweert `s nachts hevig, maar ik wil niet op deze beetje naargeestige camping blijven, en hijs me weer in mijn regen outfit.
Weer klimmen, nu langs het prachtige Basinska jezera. Een prachtig groen meer in een prachtig groene omgeving. Terug bij de zee, een verassing. Ik sta opeens voor de grens met Bosnië Herzegovina. De stad Neum en de 35 km. lange weg langs de kust zijn Bosnisch grondgebied, en
deelt Kroatië hier in tweeën. Vreemde situatie.
Ik probeer vandaag Dubrovnik te halen, maar dat lukt niet. Ik blijf in Slano, 35 km. voor Dubrovnik. Ik drink er `s avonds koffie met Roelof en Marianne Velthuis, een gastvrij stel uit Almelo.
Maar op 29 mei, sta ik dan eindelijk om 12.00 uur op de camping in Dubrovnik.
Nog steeds slecht weer, maar ik ben voldaan over het feit dat de 600 km. lange kustweg achter de rug is, want hoe prachtig deze weg ook is, het is ook een heel gevaarlijke weg met vrachtwagens, die
geen ruimte kunnen of willen geven, veel weg op brekingen, waar je je langs moet worstelen.
Nu, op 30 mei zit ik in de prachtige oude binnenstad te internetten.
Rustdag na 2700 km. ik ben tevreden. Fiets, tent en body houden zich prima.
Dubrovnik, het oude Romeinse Ragusa, is de meest zuidelijke Kroatische stad, en ongetwijfeld één van de mooiste Europese steden, de parel van de Adriatische Zee.
Het normaal gesproken aangename klimaat, de elegante en prachtige architectuur, heerlijke eilanden en een idyllische omgeving met hun bonte vegetatie, maken Dubrovnik tot één van de belangrijkste steden van dit deel van Europa.
Bijgewerkt t/m 30-05-07.
Reisverslag Europa 31 mei t/m 2 juni , Kroatië en Albanië.
Dubrovnik. Nadat ik mijn verslag heb verstuurd, ben ik de stad gaan bekijken, en inderdaad, het overtreft alles wat er over verteld en geschreven is.
Een groot plein aan de voet van de Adriatische Zee, met haven, veel terrassen, musea en kerken. Vandaar uit loopt elk straatje stijl naar boven. En deze klimmende steegjes zijn prima voorzien van de meest leuke, moderne winkeltjes. Het geheel wordt omgeven door een grote stadsmuur, waarover lopend, je pracht uitzicht hebt op de zee, en de omringende bergen. Ook hier geen fietsen, auto's of wat voor vervoer dan ook. Alles staat geparkeerd aan de rand van de oude stad.
Alleen te voet ben je hier welkom.
Net als in Venetië ook hier heel veel toeristen. Maar wat wil je, iedereen wil toch deze prachtige stad
bezoeken? Ik heb er tenminste urenlang doorheen geslenterd, er heerlijk gegeten en ben er naar de kapper geweest. Nog even een leuke ontmoeting met Marianne en Roelof Velthuis, en ik ben klaar voor het vervolg van mijn tocht.
Dubrovnik uit is een hele klim, maar het is goed weer en je geniet van de prachtige panorama's op de oude stad. Dan redelijk vlak tot de grens met Montenegro. Het verschil met Kroatië is groot, slechte
wegen, oude auto's en een armoedige indruk. Tenminste tot vlak voor Budva, daar is men begonnen met het bouwen van prachtige hotels, brede boulevards en nieuwe mooie wegen. De camping drie kilometer voorbij Budva, in Becici, heeft van al deze grandeur nog niets mee gekregen en
toont Oost Europees rommelig, volgestouwd met oude caravans. Het eten is hier zo goedkoop, daar kan je niet voor koken.
Dan verder door naar Bar over een redelijk vlakke weg, door een bosrijke omgeving. Na Stari Bar richting Subokin, de grensplaats met Albanië. In het begin een stevige klim, dan een heel lange afdaling over een mooie smalle weg. De grensovergang verloopt vlekkeloos, en al mijn vooroordelen betreffende Albanië worden tot nu toe gelogenstraft.
Geen geklim vanaf zee, geen moeilijke douane, alleen 10 euro visumkosten. Waar het geld blijft, vraag ik me af. Ik zie het opeens nergens meer. Ik kan gewoon Albanees geld pinnen, en heb leuke gesprekken met Albanezen, die me allen verzekeren dat eind van de 90er jaren er inderdaad veel ruige criminaliteit was, maar dat het nu veel rustiger is. Tot nu toe ervaar ik dat ook zo. De meeste Europeanen met hun campers en caravans houden het bij Dubrovnik voor gezien, en keren van daar terug naar huis. Eigenlijk logisch, want na Dubrovnik is alles een anticlimax.
Montenegro is armoediger en minder mooi, terwijl Albanië een heel andere wereld is. Eerder Oost Turkije, compleet met minibusjes, stoffige wegen en moskeeën. De eerste nacht slaap ik in een
hotel in Shkoler, en vandaag 2 juni leg ik de vlakke weg van 98 km af in 5 uur, om in een wat duur hotel de stank van de laatste dagen van me af te wassen.
Bijgewerkt t/m 04-06-07.
Reisverslag Europa 4 juni t/m 6 juni, Albanië, Macedonië en Griekenland.
Tirana is een oninspirerende stad qua architectuur en gezelligheid. In een hoofdstad zou je toch leuke winkels en restaurants verwachten, maar niets is minder waar. Wel veel ongezellige drinkgelegenheden, lelijke regeringsgebouwen en een dito opera rondom een groot plein. Het sociale leven speelt zich af in een enorm park rondom het casino. Het weer is heel wisselvallig, maar niet koud. De route gaat verder over een vlakke autoweg naar Durres, een grote badplaats. Daarna zuidelijk via Rrogozine naar Elbasan. Vlak voor Elbasan wordt de weg voor het eerst wat mooier. Albanië heeft nog niet gebracht wat ik ervan verwachtte. De mensen zijn aardig, de hoge bergen bleven uit en het is ook nog niet echt mooi te noemen. Rommelig, slechte, maar goed aangegeven wegen. In zijn geheel doet het aan Oost-Turkije denken.
De laatste dag krijg ik toch nog een stuk Albanië te zien zoals het me ooit beschreven is, een prachtig bosrijk traject tot aan de grens. Vlak voor Macedonië nog een stevige klim naar 1100 meter over een lengte van tien kilometer. Ik heb nog een leuke ontmoeting met een familie met hun camper die ik ook in Montenegro op een camping leerde kennen. 's Avonds eet ik vis met Jean, een gepensioneerde fotograaf uit Frankrijk, die me de camping op loodst.
Over Macedonië kan ik weinig vertellen. Ik ben er precies een dag geweest en heb geen echte indruk gekregen vanwege het slechte weer. Het weer was zo slecht dat ik de 75 kilometer van Ohrid naar Bitola met de bus heb afgelegd.
Op 5 juni kom ik een koud en regenachtig Griekenland binnen. Ik heb last van een harde tegenwind. Een wegwerker kan mijn zeiknatte getob niet meer aanzien en geeft me de laatste 25 kilometer voor Amyntaio
een lift tot een hotel, 135 kilometer voor Thessaloniki. Er volgt een mooi traject tot Edessa. Ik zit intussen weer op 600 meter hoogte en zie voor mij een enorm vlak stuk land tot aan de kust. De route tot aan Thessaloniki leidt langs een saaie rechte weg, dus MP3 aan en kilometers maken. Op 6 juni bereik ik Thessaloniki met op de teller 3.368 kilometer.
Bijgewerkt t/m 06-06-07.
Reisverslag Europa 6 juni t/m 18 juni, Griekenland.
De week rust met Ria doet ons beiden goed. Lekker relaxed, de stad verkennen. De Ark van Galerius, de White tower, The Rotonda. De oude stad, terrasjes met
cappuccino freddo(ijskoffie), kletsen en internetten.
Elke avond een etentje op een terras en een heerlijke airco kamer in hotel Rex.
Donderdag een stranddag in Nea Michaniona, en de indrukwekkende Agios Dimitrios. Een kerk die bij de grote brand van 1917, welke Thessaloniki totaal verwoestte, in vlammen opging maar nu helemaal is gerestaureerd.
Vrijdag afscheid, Ria terug naar Schiphol, en ik verder met de reis.
Vanaf Thessaloniki overvaren naar Lesbos en dan Turkije kan niet. Ik moet 175 km. verder zijn in Kavalla.
De kontakten met een reisbureau, Stantours, verlopen uiterst stroef tot helemaal niet. Ik heb zo'n
reisbureau nodig om aan "Letters of Invitation" te komen, die weer noodzakelijk zijn voor een visum in de diverse "zijderoute landen".
In de nacht van vrijdag op zaterdag vertrekt Ria, ik breng haar naar het vliegveld en wil gelijk weg uit Thessaloniki. We hadden een heerlijke week samen en nu die voorbij is moet ik maar snel verder.
Ik verlaat een snikheet Thessaloniki, langzaam klimmend langs de hete snelweg tot ik de oude weg naar Kavalla bereik. Daar dalend onder de bomen, en verder een vlakke weg, tot Asprovalta, precies halverwege Thessaloniki en Kavalla.
Vanaf de lunch fiets ik verder met Jonas, een Duitse jongen van 20 jaar, op weg naar Istanbul.Gezellig.
Het blijft zo rond de 30 graden, maar het onweer blijft om ons heen hangen. Elke dag weer een duik in de diepblauwe zee en een koude douche op het strand.
De weg naar Kavalla, de eerste stad waar Paulus voet op het vaste land van Europa zette, leidt door een bergachtig gebied, met prachtige gezichten op de blauwe baaien en de witte stranden.Heerlijk fietsweer.
Ik vertrek 's ochtends vroeg, om de hitte voor te zijn, hetgeen gedeeltelijk lukt.
Camping Irini in Kavalla, mijn einddoel, bestaat niet meer.
Weer 10 km. verder fietsen, maar nu zit ik op een terras zo dicht bij zee, dat het strand voor mij onzichtbaar is. Harde Griekse muziek en het overal aanwezige Amstel bier doen de rest.
Mijn plan om over te varen naar Lesbos en Turkije laat ik varen, te onzeker. Wie zegt me dat ik direkt van Lesbos weg kan naar Turkije? Ik heb al te vaak mijn hoofd gestoten met die ferries. Ik ga lekker over land naar Istanbul,
en regel daar mijn zaakjes met de visa. Als dat lukt ga ik niet naar Ankara, maar direkt door naar de Zwarte Zee Kust. Ik hoop dan de 21e juni in Istanbul te zijn.
Een ander ongemak dat hier de kop opsteekt zijn de muggen. Er is altijd wel iets, was eerst de regen en de wind je vijand, nu is het de hitte. Van Port Lagos naar Komotini is een rechte weg van 25 km. Het is midden op de dag en hitte vibreert van het zinderende asfalt. Je doet alles om een beetje schaduw te vinden, maar de weg is kaal. Het vreet energie, en 10 km. voor Komotini geef ik het
op. Het is 14.00 uur, en ik vind een schaduwrijk bankje bij een kerk. Val gelijk in een diepe slaap, die 3 kwartier duurt. Dan ben ik er weer klaar voor! Maar in Komotini een nieuwe teleurstelling. Geen camping, dus een smerig hotel.
Dit is geen reclame site, maar een ding noem ik graag. Vanaf Reigerskamp in Maarssen tot hier in Komotini heb ik mijn vriend de "Lidl". Met goedkope mueslirepen, mijn eigen bier en pinda's,en hier halve liters Retsina voor 0,59 euro. Vandaag overigens voor het laatst, want ik denk morgen de Turkse grens te bereiken. Dan hoef ik ook niet meer in smerige hotels, maar kampeer ik wild.
Het is vandaag 18 juni 2007. De rest van mijn verslag komt onder het hoofdstuk
Turkije.
Bijgewerkt t/m 21-06-07.