home
route
periode
financien
paklijst
documenten
gezondheid
contact
Van de WebMaster
reisverslag europa
reisverslag Turkije
reisverslag centraal Azië
reisverslag China
1990 en 1991.Begin en Italië
1992 en 1993.Frankrijk en Spanje
europa en noord Afrika
Gambia 2001
Nederland-Nepal 2003/2004
familie foto's
fotopagina Europa
fotopagina Turkije,
fotopagina centraal Azië
fotopagina China
fotopagina Mongolië express
fotopagina Rusland
sponsor ketaaketighar nepalma
Nederland-Nepal.2003
Europa.
 
 
Ja, en dan komt mijn Vut. Ik krijg opeens een zee van tijd. Mijn vrouw gunt het me, mijn droom te verwezenlijken. Een supertocht naar Nepal.
Op 1 juli vertrek ik via  Duitsland langs de Rijn, de Main en de Altmühl naar Oostenrijk waar ik de Donau volg, tot aan Budapest. De Hongaarse steppen, een hete tegenwind tot aan de  Roemeense grens.
Roemenië heeft maar één weg, de E68 naar Arad, druk met vrachtwagens en oude auto's, maar ze houden wel rekening met je….als het kan. Via Sibiu, Fagara kom ik in Brasov met zijn beroemde Black Church en Casa Sfalului. De afstand vanaf Utrecht tot nu toe is 2650 km. De Karpaten over, en nog 130 km. naar Boekarest. Het zeer omstreden paleis van Ceausescu maakt een enorme indruk. Niet door de mooie architectuur, maar door de massaliteit.
Roemenië kent zeer weinig campings. Het is een mooi fietsland met een behulpzame bevolking.
 
Op 4 augustus ga ik per veerpont de Donau over, naar Bulgarije. Mijn eerste overnachtings plaats is Dobrich. Daarna volgen Albena aan de Zwarte Zee. Een mondain badplaatsje met een smerige camping. De route is dan als volgt: Obzor, Bourgas en Malko Turnavo aan de Turkse grens. Net als de vorige grensovergangen hier ook geen probleem .                                   
     
Aangekomen in het eerste het beste Turkse dorp Klareli, ben ik doodop, zet mijn tent op een boerenerf, laat me verwennen met brood en Efes bier. Ik fiets de volgende dag 30 km. naar Kirklareli, waar ik een hotel neem om aan mijn persoonlijke hygiëne te gaan werken. Onderweg zit ik te bedenken wat een mooi land Bulgarije eigenlijk is. Prachtige asfaltwegen, geen rotzooi langs de weg en mooie uitzichten op de Zwarte Zee, waar overigens al heel veel Neckermann -achtige hotels verrijzen. Ik vervolg mijn weg via Corlu naar Istanbul, waar ik op 12 augustus arriveer. Camping Londra , achter het Shell station, wordt de komende maand mijn domicilie. Ik ontmoet hier veel interessante mensen. De Canadese Renee Ouallet, die al drie jaar over de wereld aan het fietsen is, en in zijn onderhoud voorziet, door lezingen op scholen te geven. Twee Zwitserse fietskoeriers uit Bern, Beda en Gregor. Een Nederlands echtpaar uit Kootwijk, Aagje en Aart Buurman, die al jaren aktief zijn in de Fis.(Fietskaart Informatie Stichting).
Ik kan niet gaan luieren in Istanbul. Mijn vrouw Ria komt hier 1 september naartoe, dus ik moet me goed voorbereiden. Bovendien begint hier de jacht op visa voor Iran en Pakistan, een tijdrovende ,  kostbare klus. Maar ik weet beide documenten te bemachtigen.
Ik bezoek alle highlights van Istanbul. Topkapi Palace, Aya Sophia, Blue Mosque. Ik geniet van kebab en Efes bier. Slenter door Taksim en vaar over de Bosporus. Een stad waar 12 miljoen mensen wonen, en waar de Bosporus Europa scheidt van Azië, moet wel een enorme ambiance hebben
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Istanbul.
 
 
 
 
 
 
 
 
Galata tower in Taksim.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De landschappen van Capadocië.
 
 
 
 
 
 
 
 
Turks dorp nabij Iraanse grens.
 
 
 
 
 
 
 
Iran.
Op 3 oktober, ruim drie maanden na mijn vertrek uit Maarssen, passeer ik de Iraanse grens. De douane is super beleefd, vraagt naar mijn welzijn, informeert of ik alcohol bij mij heb, en wenst me goede reis. Dertig minuten later sta ik in Iran tussen allemaal gesluierde vrouwen en nieuwsgierige mannen. Ik krijg een goede koers voor mijn dollars, en neem de route naar Maku. Het landschap en het sombere weer is een voortzetting van Turkije. Na Maku volgt Evoglu, waar ik in een moskee slaap, omdat het regent dat het giet. Slechts af en toe gestoord door een biddende moslim, die mij amper een blik waardig keurt, heb ik een heerlijk rustige nacht. Ik koop een brood,dat ter plekke in een grintoven wordt gebakken. Warm is het een lekkernij, maar eenmaal afgekoeld aanmerkelijk minder lekker. Tabriz, Miyaneh, (waar ik een heerlijk bed krijg aangeboden bij mensen thuis). Dat komt goed uit, want een paar uur daarvoor werd ik door een vrachtwagen geraakt, en maak een enorme smak. De schade aan mijn fiets en mijzelf valt mee, maar ik heb het wel gezien voor vandaag. Ik ga op zoek naar een internet cafe, raak aan de praat, en voor ik het weet sta ik de hele avond te biljarten met mijn gastheren. De route leidt me langs Zamjan, Takesttan, Saveh, Qhom (de heilige stad, waar de imam opleiding is) . Ik blijf hier 2 dagen, omdat ik van hieruit met de taxi naar Teheran kan (levensgevaarlijk), waar ik achter een visum voor India aan moet. En ik heb een bewijs van goed gedrag nodig, dat ik weer bij de Nederlandse ambassade moet ophalen. Ik heb twee dagen rondgeslenterd in Teheran. Niet echt een heel mooie stad, wel enorm druk, en de vrouwen gaan hier minder zwaar gesluierd dan op het platte land. Op 11 oktober vertrek ik naar Kashan. Het weer is de laatste week fantastisch. Veel wind mee, en altijd zon. Maar ik rijd hier honderd kilometer over een kaarsrechte weg, met aan beide kanten woestijn. Katanz en dan Esfehan. Ik klim dit keer tegen de wind in naar 2100 meter. Esfehan is een prachtige interessante stad. Veel mooier dan Teheran. Ik zoek nog een uur naar het backpackers hotel Amir Kabir, waar ik een piepklein kamertje krijg, wat heel schoon is. Beda en Gregor , de twee Zwitserse fietskoeriers hebben een boodschap voor mij achtergelaten. Ze zijn twee dagen eerder vertrokken. Maar ik ontmoet er Jurgen en David, twee Duitsers, die een maand later worden gegijzeld in de buurt van Bam, waar ze een maand vastzitten, tot een enorme aardbeving Bam verwoest, net nadat ik er doorheen ben gereisd.
Maar goed, ik moet eerst naar Shiraz om mijn visum te verlengen. Ik bezoek Persepolis en vervolg mijn weg, blij eindelijk weer te fietsen zonder onderbreking. Vijf dagen Esfehan en drie dagen in Shiraz is leuk, maar ook wel weer genoeg. Ik passeer Kerman, Bam. Ik besluit om het gedeelte van Bam naar Zahedan te fietsen, ondanks het feit dat hier vaak ontvoeringen plaatsvinden. Maar de plaatselijke bevolking zegt dat er geen gevaar is, als ik maar niet wild kampeer. Echter de eerste dag al, kom ik in een zandstorm terecht, die mij het fietsen onmogelijk maakt, en ik wordt door politie in burger gesommeerd om in te stappen, en zij brengen me tot in een kamer in een hotel in Zahedan. Ik haal bij de ambassade mijn Indiase visum op, en trek op 4 november Pakistan binnen. Vier maanden, en 7772 km. nadat ik Maarssen heb verlaten.
 
 
 
De gastvrijheid van een Iraanse
familie.
 
 
 
Honderden kilometers door eenzame
woestijnen in Iran is geen uitzondering.
 
 
 
En daarna zo wild kamperen.
 
 
 
Persepolis, de stad die door Darius III
totaal wordt verwoest, gedreven door een
vrouw, die wraak wilde op de verwoesting
van Alexandrië.
 
 
 
 
Bam, de stad die twee maanden na mijn
bezoek, door een aardbeving met de grond
is gelijk gemaakt. 30.000 doden, waaronder
mijn gastheer, die zo heerlijk vegetarisch voor
me heeft gekookt. E-mail contact is niet meer
mogelijk.
Pakistan:
Weer een maand later, 4 november, sta ik in Taftan. De Pakistaanse grensplaats waar ik hoopte cheques te kunnen wisselen voor de eerste 600 km. naar Quetta. Ik heb totaal geen cash geld meer, en de weg die voor me ligt is een en al woestijn. Er is wel een busverbinding die je in zo'n 14 uur naar Quetta rijdt, en een zeeroverachtige buschauffeur is bereid me op de pof mee te nemen. Het is ramadan, dus geen eten. Vijftig mannen, 1 vrouw, 1 kind en1 toerist (ik) vertrekken om 16. 00 in een stampvolle bus. Vlak na zonsondergang eten we, pittig Pakistaans voedsel, en dan in een ruk naar Quetta. De overgang van het rustige Iran beland je plotseling in de hektiek van Quetta. Een kleurrijke bazaar, wild versierde bussen Pakistanen met de karakteristieke verweerde koppen, Afghaanse  vluchtelingen, Pathans, Baluchis's, verminkte, kruipende gedrochten. En alles gebukt onder een vreselijke walm van de ontelbare motor riksjaws.
Na mijn rust en mijn buik en portemonnaie weer te hebben bijgevuld (ik kon hier zelfs pinnen), laat ik Quetta achter me . Koch, Ziarat zijn de volgende plaatsen die ik aandoe. Slechte wegen en klimmend naar 2400 meter. Het weer is mooi, maar de nachten ontzettend koud. Ik passeer Lorrelai en kom in D.G.Khan, een verboden stad voor toeristen. Ik krijg de hele nacht bewaking voor mijn deur, en wordt de volgende dag onder escorte de stad uitge bonjourd. De volgende stad, Multan brengt me ook al geen geluk. Ik drink verkeerd water en wordt doodziek. Eenzaam lig ik te zweten op een hotelkamer, die door mijn schuld ook nog in brand vliegt. Ik blus de boel, check out met mijn zieke kop, en verhuis naar hotel Shalimar iets verderop. Ik ziek nog twee dagen uit en verdwijn naar Lahore aan de Indiase grens. Twaalf dagen heb ik nodig om bij te komen. Ik zit in een prachtige kamer met een enorm terras in Hotel Rawapindi Populair Inn. Ik ben wel erg diep gegaan deze keer, maak mijn antibiotica kuur af en begin heel langzaam de stad te verkennen. Op  2 december passeer ik de grens en beland ik in Amritsar in India.
 
 
 
 
 
 
De bus die me 14 uur later afzet
in Quetta.
 
 
 
Quetta, een walmende stad onder
het geweld van honderden motor
riksjaws.
 
 
Pakistan is een ruig, maar intrigerend
land.
 
 
Ik sliep in moskees, maar als het zo
uitkwam, ook in gevangenissen.
 
 
 
India.
Zonder grote problemen de grens gepasseerd. Amritsar is de eerste plaats in India, die ik bezoek en ook direct een verassing. Hier is de Golden Temple en Jullianwala Bagh, het plein waar in de tijd van Ghandi 2000 ongewapende mensen door de Britten werden vermoord.
Ik ben van plan eerst naar het noorden te fietsen, naar Daramsala, waar de Tibetaanse regering in ballingschap zijn domicilie heeft en naar het hippie achtige Mc. Leod Ganj.
 
 
Het is regenachtig en koud, zo aan de voet van de Himalaya, maar ik geniet met volle teugen van de prachtige natuur en de relaxe manier van leven. Al doen de westerlingen wel flink gemaakt.
Dan zuidelijker, Palampur, Mandi, Bilaspur tot in Chandigar. Vevolgens Pehowa, Hisar tot de eerste stad in de provincie Rajastan. Hier wil ik 2 maanden rondfietsen en wachten tot het klimaat het toelaat om naar Nepal door te fietsen. Fatehpur-Dungargahr, waar ik heerlijk ben onthaald een Indiasche familie, met een enorme kookkunst uit de Indiasche keuken.
Kerst vier ik in Bikaner met Klaas en Rachel Pek, die ik eerder ontmoette in Capadocië in Turkije. De ratten tempel, een kameel safari en dan door naar Jaiselmer, waar ik Oud en nieuw vier met een Frans meisje Delphine en het Nieuw Zeelandse koppel Lisa en Richard, die ik onderweg ook al meerder malen ontmoette. Na Jaiselmer volgt Jodpur en Ajmar. Door een navigatie fout, beland ik aan de verkeerde kant van de Snake Mountains. Ik had in Puschkar willen aankomen, dat ik dan de volgende dag maar per bus ga bekijken. En dan één van de mooiste steden van Rajastan, nl. Jaipur oftewel "Pink City". Het zou te ver gaan om over al deze steden uit te weiden, want dan zou deze site de dikte aannemen van een flinke roman, maar over Agra kan ik nog wel een boekje
opendoen.
Natuurlijk vanwege de magnifieke Taj Mahal, maar ook vanwege het feit dat ik hier werd gedrogeerd, om mij zo in het ziekenhuis te doen belanden, enkel en alleen om dure declaraties bij mijn verzekeringsmaatschappij te kunnen deponeren. En bij het verlaten van de stad wordt ik geplet tussen een auto en een riksjaw. Een stevige hoofdwond is het gevolg. Pas uren later in een piepklein kliniekje langs de weg heb ik kans om mezelf te laten verbinden. Ik blijf twee dagen in het gigantische Dehli en fiets 3 dagen later, op 26 januari Nepal binnen bij het grensplaatsje Mahendra Nagar.
 
 
Amritsar met de Golden Temple,
het heilige centrum van de
Sihks.
 
In overpeinzing bij Jodpur, the blue
city
 
Deze mensen serveerden mij
het allerbeste Indiasche eten, dat ik
ooit proefde.
 
de hele dag apen om je heen.
 
Zonsondergang in Pushkar.
 
Agra, de Taj Mahal.
 
 
 
Nepal.
Vanaf de grens fiets ik over de prachtig vlakke, groene weg naar Thakurdwara in het Nationale Park Royal Bardia, waar nog rhinos, tijgers en luipaarden leven. We hebben ze een dag gespot met als resultaat een glimp van de tijger en het luipaard.Ik vervolg mijn weg Via Lamahi en Butwal tot in Pokhara. Vanaf Pokhara ga ik met de bus naar Saurah, waar ik aanwezig zal zijn bij de opening van een nieuw kindertehuis. Een prachtig complex waar straatkinderen weer de rust vinden die een kind ontbeert, en waar weer school is en discipline heerst. Het is een initiatief van André Renting, een reisleider van Djoser. Het tehuis heet Ketaaketighar Nepaalmaa. De opening is werkelijk een happening, met een tocht op de rug van een olifant, veel speeches, heilig,rood poeder en dans. Meer informatie klik hier.
Terug in Pokhara is het tijd voor fietsonderhoud, en onderhoud van mijzelf. Ik weeg nog maar 72 kilo.
Vanuit Pokhara ga ik te voet naar Ulleri, om daar de zonsopgang boven de Annapurna te fotograferen, ik bezoek met een vrouw een Tibetaans vluchtelingenkamp, en ik eet voor het eerst sinds maanden weer eens een heerlijke steak met frites. Op 16 februari arriveer ik in Kathmandu.12.500 kilometer fietsen achter de rug. Ik ontmoet Gregor en Beda weer, waarmee ik ga fietsen in Kathmandu Vallee. Ik geef kranten interviews. Trek 10 dagen te voet door de Himalaya, ga met een FWD Toyota naar de hoodstad van Tibet, Lhassa. Maar bovenal leer ik veel mensen kennen. Sta er versteld van dat mensen, die onder zulke armoedige omstandigheden leven moeten, zo'n gastvrijheid en warmte kunnen uitstralen. Nogmaal, ik zou een boek kunnen schrijven, maar op deze plek heb ik me tot de grote lijnen moeten beperken. Deze reis was één grote ontdekkingsreis. Naar de volken, landen en religies, maar vooral naar jezelf. Je grenzen, je diepere innerlijk en wat je belangrijk vindt in het leven.
 
Op 25 maart vlieg ik naar huis, waar ik twee dagen voor mijn verjaardag aankom. Moe, mager en smerig, maar diep onder de indruk en trots op deze prestatie.
Ik beloof aan mijn vrouw en kinderen om niet meer zo lang van huis te gaan, maar nu in 2007 is de aandrang om nog één keer mijn grenzen te verkennen niet meer tegen te houden. Onder het het excuus: "Ik ben nu nog gezond", vertrek ik op 1 mei via de zijderoute naar Beijing.
 
 
Durban square in Kathmandu.
 
 
Er zijn in Nepal 3000 goden, die
aanbeden kunnen worden.Zoals deze..
 
 
...of deze.
 
 
in deze tempels.
 
 
 
 
Opening van het kindertehuis
in Chitwan.