Reisverslag China 3 september.
Naar fotopagina China
Nee, dan China. Als ik op 3 september om 18.00 uur bij de grens kom is
deze gesloten en moet ik een uur wachten. Een officier komt zich heel beleefd
verontschuldigen en heet me welkom in China. Ik mag door naar een 7 km. verder
gelegen hotel, en breng er de nacht door.
De volgende dag om 11.00 uur Beijing tijd (=09.00 China tijd) meld ik me bij de
immigratie. Veel bureaucratie, maar allemaal heel beleefd.
De wegen in China zijn een verademing na de grindpaden in Kirgizië.
De grens ligt op 2900 meter hoogte, en ik klim, hoe kan het anders naar, verder.
Het weer is prima. Wind mee, 25 graden, maar als ik mijn tent
op zet krijg ik een stortbui. Het is een sensationeel begin van China.
Ik alleen tussen grillige bergen, sneeuwtoppen rondom op 3000 meter hoogte en
een oorverdovend onweer met felle bliksem schichten.
In mijn tentje blijft alles droog, terwijl het water rakelings langs stroomt.
Het decor van rode bergen blijft fascineren. De lange afdalingen ook en ik krijg
nu de beloning voor 7 dagen klimmen.
Op 6 september arriveer ik in Kashgar, de hoofdstad van de provincie Xinjiang.
Ik heb genoten in landen als Uzbekistan, Kirgizië etc., maar China is een
verademing na deze ex-Sovjet staten, waar niets naar behoren werkt. Wc's,stroom,
waterleiding, alles weigert. Alleen die kerels met die grote petten weten hoe
het moet.
China is veel beter georganiseerd. Ok, ze hebben slechte gewoonten zoals
rochelen en het sanitair is smerig, maar ze zijn heel correct.
Ik blijf 4 dagen in Kashgar, om mezelf voor te bereiden voor de laatste 5000
km. naar Beijing Ook wil ik graag de beroemde zondagmarkt bezoeken.
China is spotgoedkoop. Het eten is er prima en heel gevarieerd.
Ondanks de Chinese politiek en de enorme vervuiling houd ik nu al van China.

Verslag vanuit Turpan. 20 september.
Ik bezoek de beroemde zondagmarkt van Kashgar, een kleurrijk gebeuren. Kashgar,
en heel de provincie Xinjiang is een echte moslimenclave in
China. Ik bezoek een boerderij, diep in het binnenland, 250 km. van de
Pakistaanse grens en maandag 10 september stap ik weer op de fiets.
Ik moet de Taklamakan woestijn doorkruisen. Een woestijn van 1400 km. Dus zo
groot als van Utrecht naar de Middellandse Zee.
Ik wil dat zo snel mogelijk doen, dus streef ik naar 150 km. per dag. Ik moet
zuinig omgaan met water en voedsel, want verkooppunten zijn dun
gezaaid.Ik heb wel een waterfilter, maar als er geen druppel water te bekennen
is, valt er weinig te filteren.
Kashgar
Kashgar
Na Aksu komt er en strook groen van 100 km. Het is katoen
oogsttijd en vrachtwagens afgeladen met ruwe katoen overspoelen de wegen.
Vrouwen struinen de berm af om de plukken katoen die van de vrachtwagens waaien,
te verzamelen. Ik kom door het onvervalste Chinese platteland.
Het is marktdag en een hele stoet ezelskarretjes is onderweg naar de markt, om
te kopen of te verkopen. Keurig uitgedoste families maken er
een uitje van.
Om mij heen worden veel schapen verhandeld, die achter op brommers worden
vervoerd. De rest wordt ter plekke de strot door gesneden,
gevild en per plastic zak afgevoerd. De woestijn komt na deze groenstrook in
alle hevigheid terug.
Zand,hitte, maar een harde wind in de rug stuwt mij richting Korla. Dit
verandert in Luntai. Als ik 15 km. voorbij deze plaats ben, wordt ik door een
enorme zandstorm overvallen en gedwongen terug te keren naar Luntai,waar ik
onderdak zoek in het Zonghya hotel, een 4 sterren hotel voor 15 euro incl.
ontbijt, airco, LCD TV. Prachtige notenhouten kamer vol Ming vazen en spiegels.
Daar kunnen die smerige hotels in de ex-sovjetlanden nog veel van leren.
China
is een perfekt georganiseerd land. Natuurlijk zijn er ook nadelen, De
luchtverontreiniging bezorgt je een pijnlijke keel en het is nooit echt helder.
Veel muggen en ook stoffige steden. En het verschil tussen arm en rijk is groot.
De een ploetert op een ezelskar, terwijl veel partijbonzen en zakenlui met hun
4WD's al knipperlichtend over de weg scheuren. Voor de eerste groep wordt zelfs
de weg afgesloten.
Hele percelen woestijn zijn bezaaid met paprika's en pepers om te drogen.
Seizoen arbeiders slapen in kleine tentjes en doen de hele dag niet anders dan
de paprika's keren.
Ik heb er geen oog voor. Een uitstulping aan mijn voorvelg baart me zorgen, en
inderdaad, ook gescheurd. In Heshuo is verder fietsen onverantwoord. Eerst maar
een bier, en het probleem uit leggen. Er blijken 2 fietsenmakers te zijn. Nr.1
ziet het niet zitten. Op weg naar nr.2 ontmoet ik Sjo Tien Dag. Ik toon hem mijn
velg, en nu is het zijn probleem. Hij gaat met me mee en overtuigt de
fietsenmaker dat hij me moet helpen. De man heeft er duidelijk geen zin in. Hij
doet het inderdaad. Ik ga eten met Sjo, en 2 uur later is de velg klaar. Zeven
euro, maar ik ben niet erg enthousiast.
Afwachten maar. Ik slaap bij Sjo, sta de volgende dag al om 06.00 uur met hem te
joggen, en vertrek richting Turpan.
Saaiheid en fascinatie liggen naast elkaar. Ik begin de dag met klimmen naar
1800 meter. naast een snelweg. Saai. Daarna volgt een spectaculaire afdaling
door de Hemelse bergen naar 200 meter hoogte.
Ruwe rotsen en prachtige zandverstuivingen. Vanaf Toktum weer een saaie weg door
een grint woestijn.
Na 10 dagen achter elkaar door de woestijn te hebben gefietst kom ik op 20
september aan in Turpan. 1443 km. woestijn ligt achter me.
Ik neem een rustdag. Douchen, kleren wassen, fietsonderhoud. Ik ben op mijn
stuur gevallen, en rijd al een paar dagen met een gekneusde rib
en ik heb veel last van gesprongen lippen. Heel pijnlijk met dat pittige
voedsel.
Pepers drogen.
Turpan is op een na de laagste plek op aarde. Op de Dode Zee na. 156 meter onder
de zeespiegel. Het is ook de heetste stad van China en het
ligt het verst verwijderd van welke oceaan dan ook op aarde. Mijn hotel ligt
tegenover de bazaar. Een heerlijk oord om op adem te komen.
Ik heb 8500 km. gefietst, 3500 km. openbaar vervoer en moet nog 3500 km. naar
Beijing.Bijgewerkt t/m 20 september.
Voor ik Turpan met een dag
vertraging verlaat, geef ik eerst nog een uur Engelse les aan een groep van 50
Chinese studenten, maak ik met 2
Chinezen een excursie in de omgeving van Turpan met als hoogtepunt Tuyugou
Valley,een museum dorp, dat nog helemaal in bedrijf is.
Nadatik alles heb bekeken, wordt ik uitgenodigd om voor de camera van de Chinese
TV mijn mening te geven. Mijn excursie genoten, een rijke
Chinees en zijn vriendin, nodigen me uit bij hen thuis in Urumqi.
Maar ik heb er geen tijd voor over. Urumqi trekt me niet, en ik sla beleefd het
aanbod af.
Na twee dagen weer een enorme storm. De wind beukt op me in van alle kanten, dan
weer op volle kracht, dan weer zacht. Ik zwalk heen en
weer tussen de middenstreep en de berm. Levensgevaarlijk. Ik stop. Tent opzetten
is geen optie, er is totaal geen beschutting. Ik lift mee naar Hami. De eerste
regenbuien dienen zich aan en de temperatuur zakt 's morgens naar 14 graden,
terwijl de nachten echt koud zijn.
Ik schiet niet echt op. Ik moet dagen achtereen klimmen. Niet steil, maar wel
constant. In Xingxingca zit ik alweer op 2000 meter hoogte.
De provincie Jingsiang heb ik achter me gelaten en zit nu in Gansu. Als ik
eindelijk eens niet hoef te klimmen, heb ik een stormachtige wind tegen.
Op 29
september kom ik aan in Jiayuguan, de stad waar de "De Grote Muur" eindigt, en
het het begin ligt van de Hexi Corridor, die van hier tot voorbij Zhangye loopt.
Aan de ene kant het Qilian Shan gebergte met toppen tot boven de 5500 meter., en
aan de andere kant de Gobi woestijn.
China is een land vol tegenstellingen. Jiuguan bv. is een heel nieuwe stad, maar
zo ruim en gigantisch van opzet.
En geen grauwe Sovjet flats, nee prachtige kleurrijke Chinese gebouwen. Allemaal
naast de oude wijken en de bazaar, die nog in volle glorie bestaat.
Op 2 oktober zit ik alweer 10 dagen achtereen op de fiets. Ik heb weer een harde
wind tegen en klim gestaag naar 2700 meter.
Er komt een dichte mist opzetten, zet noodgedwongen mijn tent op en heb nog maar
35 km. gefietst. De weg naar Lanzhou, nog 350 km. begint een
lijdensweg te worden, zo eindeloos. Ik slaap 11 uur achter elkaar, en als ik de
volgende dag weer 1000 meter daal, ziet de wereld er weer heel anders uit, mist
weg, wind afgenomen, kou weg. Ik slaap in een hotel in Wuwei voor 8 euro, eet
voor 1,60 het lekkerste Chinese gerecht, dat ik ooit at, ga voor een euro naar
de kapper en koop voor 0,10 pillen tegen diarree. Ik voel me weer ijzersterk, en
ik blijf op schema.
Via een hoogte van 3000 meter, door prachtig berggebied, lemen dorpjes en
mooie herfstkleuren bereik ik Lanzhou, de hoofdstad van Gansu.
Een wereldstad met 3.000.000 inwoners, gigantische wolkenkrabbers, maar ook de
stad met de meest vervuilde lucht ter wereld.
Gelegen aan de Gele Rivier, 1600 meter boven de zeespiegel.
Het is geen stad om lang te blijven, maar ik ben na 12 dagen fietsen wel toe aan
wat rust. Ik zit trouwens voor 4 euro per dag op de 21e verdieping van een hotel
met een prachtig uitzicht over de stad. Het weer is hetzelfde als in Nederland.
Intussen is het 4 oktober.
Bijgewerkt t/m 4 oktober.
Verslag 14
oktober 2007 Xian.
Op 7 oktober laat ik Lanzhou achter mij. Het kost me 1
1/2 uur om de goede weg de stad uit te vinden. Het is weer koud en regenachtig.
Na 35km. een lekke band. Bij oppompen breekt mijn pomp. Een Chinees neemt mijn
wiel mee, en laat mijn band in de dichtstbijzijnde stad oppompen. Ik koop
voor 1,50 een zware Chinese pomp, maar dat is beter dan niets. Het is een
prachtige weg. Via Dinxi, golft de weg tussen de 2000 en 2500
meter hoogte. Prachtige herfstkleuren, en een weldadige rust, want de auto's
zitten op de tolweg.
Ik fiets door piepkleine dorpjes. De grote steden mogen dan super zijn, hier
zijn de wegen nog vol kuilen, die gevuld zijn met een modderbrij, lopen de
mensen nog met een juk hun waren te versjouwen, wassen ze nog in de rivier en
zie ik een boer zijn land eggen, waarbij hijzelf de eg moet trekken.
Het gebied is enorm bergachtig, maar helemaal in terrassen verdeeld, zodat elk
stukje grond bebouwd kan worden. Weliswaar onder moeilijke omstandigheden. Een
slaapplaats vinden wordt ook moeilijk tussen al dat bouwland, maar daar wordt je
ook makkelijk in.
Ik slaap soms maar 5 meter vanaf de weg in het volle zicht, maar niemand stoort
zich aan je.
Sommige zwaaien, een enkeling komt even kijken, maar daar blijft het bij.
Tianshui laat ik links liggen, volg de route Beidao, Baoji. Het is stijgen en
dalen, maar per saldo zak ik 600 meter.
De temperatuur wordt daardoor ook milder. Na Beidao verschijnt aan mijn
linkerkant de brede modderige Wei rivier en rechts van me de steil
omhoog stijgende Qinlin Mountains. Dit berggebied is mooi, ondanks de
voortdurende regen en de donkere tunnels, waar ik met angst en beven doorheen
loop, soms 2 km. lang.
Chinezen fietsen er zo door zonder licht. Levensgevaarlijk, want het zijn drukke
wegen vol vrachtverkeer.
Ik laat de provincie Gansu nu achter me, en kom in Shaanxi. Alles zit intussen
onder de modder. Vlak voor Xian rijd ik door een plas wat een diepe kuil blijkt
te zijn. Mijn Chinese voorvelg zie er niet meer uit. Ik buig hem zo goed
mogelijk recht en hoop in Xian een fietsenmaker te vinden.
Xian is mijn laatste grote plaats waar ik 2 dagen zal blijven, het terracotta
leger ga bekijken en orde op zaken stellen voor de laatste 1100 km.
Bijgewerkt t/m 14 oktober.
Verslag vanuit Peking, 30 oktober.
Xian een stad met 8 miljoen inwoners, heeft je veel te bieden. Ik wandelde door
het nog ommuurde stadscentrum, met de enorme Bell Tower
als middelpunt.
De kleinere Drum Tower, die de authentieke moslim wijk begrenst, met zijn
specifieke restaurantjes, markten, en de Great Mosque, een van de grootste
moskeen van China.
Rondom de Bell Tower gigantische koopcentra. Glimmende warenhuizen, waar alle
grote merken kleding, cosmetica en dranken verkocht worden. Overigens voor
dezelfde prijzen als bij ons. Rondom Xian bezocht ik natuurlijk het Terracotta
leger.
In 1974 bij toeval ontdekt, en nu het 8e wereldwonder genoemd. Het is dan ook
zeer indrukwekkend, evenals de Huaqing Pool, waar het huis en de kantoren van
Chang Kaicheck nog te zien zijn. Verder de tombe van Qin Shi Huang. Allemaal
plaatsen, die een enorme indruk op je achter laten.
Ik ben er over gaan lezen en het opent een wereld van Chinese geschiedenis voor
je.

Als ik Xian verlaat is het prachtig herfstweer. Zon, droog en een heerlijke
temperatuur. De stad uit geeft hier geen problemen.
Onderweg laat ik wel de modder van mijn fiets spuiten, en verhelp allerlei
kleine mankementen. ik kom hierdoor maar 60 km. verder in Weinan.
De volgende dag rijdt ik 30 km. verkeerd, dus ik schiet niet erg op. Ik passeer
Lin Fen.
De nachten worden steeds kouder, terwijl het na de middag heet is. Ik ben
intussen van de provincie Shaanxi in Shanxi beland. Shanxi is een wat armoedige
provincie. Heeft niet zoveel te bieden als Shaanxi.
Neemt bovendien een derde deel van de Chinese steenkool produktie voor zijn
rekening. Wat te merken is ook. Een verschrikkelijk smerig, stoffig gebied.
Uitlaatgassen van grote vrachtwagens, stof uit de kolenmijnen en van de weg,
zorgen er voor dat je 's avonds onherkenbaar je tent induikt. Zo zwart. Steden
als Taiyuang en Datong zijn hier de belangrijkste trekpleisters.Maar veel
toeristen zie je hier niet.
Ik ben dan ook een bezienswaardigheid. Als ik ergens stop voor een boodschap of
lekke band, die ik veel heb, staan er zo 20 man om je heen.
In hotels word ik met alle egards behandeld. Na iedere slok bier wordt er voor
me ingeschonken. Ze leren me Peking eend eten.
Niet lekker trouwens. Ik krijg een speciale bediende, die me naar de sauna
vergezeld. Door de koude nachten zoek ik zoveel mogelijk hotels op.
Ze kosten maar 8 euro, en op TV zie je de mooiste cultureleprogramma's. Maar ook
wel veel vechtfilms. Altijd tegen de Jappen.
En nogal wat nationalistische propaganda. Maar de realiteit van Xansi is ook,
dat er zeer slechte wegen zijn, verstopt door enorme vrachtwagens
die zo te zien een zwarte modder vervoeren.
Voorbij Jiexin wordt het beter en helemaal als ik Pingyao aankom. Een ommuurde
stad uit de tijd van De Ming dynastie. Nu is het een aaneenschakeling van
toeristische winkels, maar je kan goed zien hoe het ooit was.
In Datong breng ik een bezoek aan de "Hanging Monastery" van Hunyuan, en de
Yugang grotten, waar meer dan 50.000 Budha's in de rotsen zijn
uitgehouwen. Van heel groot tot piepklein. Xansi grenst aan de Gobi woestijn, en
heeft een heel laag gemiddelde neerslag, waarvan het
merendeel in Juli valt, dus het blijft droog herfstweer.

Na Xansi kom ik in de provincie Hebei, en alsof het zo moet zijn, direct een
nachtelijke onweersbui.
Maar overdag weer het mooie herfstdecor, van vallende bladeren en prachtige
kleuren. Maar het weer begint om te slaan. Ik krijg nacht vorst, en een ijzige
storm overvalt me. Het is intussen 28 oktober. Door het niet begrijpen, en een
slechte kaart van China, rijd ik bovendien 50 km. verkeerd, maar op 29 oktober
sta ik dan toch eindelijk bij Badalin op de Muur. een enorme sensatie.
Het is allemaal wel erg toeristisch, maar toch enorm indrukwekkend. Ik breng er
2 uur door, en fiets vervolgens de laatste 80 km. naar Peking.
Als ik de rand van Peking bereik, is het te donker om verder te gaan. Het hotel
van mijn keuze zoeken in het donker, in
een stad die met de voorsteden erbij zo groot is als België, trekt me niet.
De volgende dag doe ik er nog 3 uur over om de plek te vinden waar ik wezen wil.
De eerste indruk van Peking, is overweldigend, maar ik krijg ook de bevestiging
van wat ik al had gelezen, een enorme luchtverontreiniging.
Je voelt aan je ogen en je keel, dat het hier niet gezond is. De zon schijnt
hier nooit helder, maar is altijd verscholen achter een laag smog.
Ik heb in totaal 12043 km. gefietst, en 4620 km. gereisd met het openbaar
vervoer. Ik heb hitte meegemaakt in Turkije, kou en regen in Europa.
Op het laatst vorst, ijzige wind, storm maar ook heerlijk lente weer.
Ik heb nu nog 12 dagen de tijd om mijn visa te regelen, kijken of het de moeite
is mijn fiets naar huis te sturen, en natuurlijk Peking verder te ontdekken.
Voor mijn trein vertrekt ,op 13 november, zal ik nog een verslag sturen over
mijn bevindingen in Peking.
Bijgewerkt t/m 13 november.
26 november.
Mijn aankomst in Peking valt samen met een enorme smog ontwikkeling.Op 30
oktober fiets ik 15 km.langs de Badaling Expway naar het centrum
van de stad, vindt de plaats waar ik wil slapen, het Beijing Feiying Int. Youth
Hostel. Ik kies voor een dormatory met 10 bedden, waarvan
er 6 zijn bezet. De prijs, 3 euro per nacht spreekt me wel aan en het is er
gezellig, met backpackers uit Noorwegen, Zuid Korea,Frankrijk,Duitsland en
Spanje.
In het begin ontdek ik de stad per metro, maar later gebruik ik mijn fiets. Het
Tienanmen square, het grootste plein ter wereld met het mausoleum van Mao, de
Panjiayan dust market, de oude stad (Hutongs), de witte pagode en het summer
palace. Stuk voorstuk leuke, mooie en interessante stukjes Peking.
Tussendoor moet ik weer op visa jacht, want ik mis nog een visa voor Mongolië en
Rusland, behalve tijd en geld geeft het geen problemen.
Ik breng een bezoek aan de Temple of Heaven en de Pearl Market.
Ontbijt koop ik op straat. Een gekruide pannekoek voor 0,25 ct. en voor
hetzelfde bedrag een fles melk. Lunch en diner zijn echt goed en goedkoop, en
het Chinese bier smaakt me nog steeds goed. Alleen al vanwege de prijs.
Het wordt tijd om mijn fiets te versturen. Ik tik een fietsdoos op de kop en
verzendt de hele handel, incl. mijn tent naar Nederland. Twee
weken later staat alles in mijn schuur. Het kostte me bij elkaar 180 euro maar
dat had ik er wel voor over.
Op 10 november verhuis ik van mijn dorm. naar het hotel Xiu Jiu voor het
weerzien met Annie, Inge en Hugo, mijn neef.
Zij halen mij op voor de terugreis met de Mongolië Express.
Gelijk begint er voor mij een ander soort vakantie. Van backpacker met een dito
budget, wordt ik ineens toerist, en dat is een heel verschil.
We gaan naar duurdere restaurants, met taxi's i.p.v. de metro. Het is wel erg
wennen, de overgang van basic naar al die luxe.
De volgende twee dagen brengen we nog een bezoek aan de Great Wall in Badaling,
de Ming Tombes en een Jade fabriek.
Doordat we onze tour bij een agentschap boekten, zijn al die commerciele
activiteiten ingecalculeerd. Een Teahouse, een markt met prachtig geëmailleerd
koper en het zotste was een Healthcentre.
We kregen een voetmassage aangeboden, terwijl "doktoren" onze handen
bestudeerden en een diagnose stelden. Iedereen had een leverkwaal,
en Annie was alleen te genezen met een dosis medicijnen, die zo'n 6000 euro
zouden gaan kosten. Je moet wat voor je gezondheid over hebben, maar we gingen
toch maar niet verder dan een flesje olie van 15 euro. Het leger artsen trok
mokkend weg. Als laatste een bezoek aan de Verboden Stad
en een Hutong toer per riksja.
Het vertrek uit Peking vanaf het ruime efficiënte Centraal Station gaf geen
problemen. Tien weken ben ik in China geweest, en ik moet zeggen,
het is een fantastisch land. Veel tegenstrijdigheden, verschil tussen Peking en
de rest van het China dat ik zag, een enorme
luchtverontreiniging, verkeer dat zich niet aan de regels houdt, maar vooral een
boeiende avontuurlijke ervaring.
Verslag trein reis Mongolië Express.13 november.
Op 13 november begin ik eindelijk aan mijn reis naar huis. De trein is redelijk
vol, wij zitten in trein 23 in coupe 3.
Redelijk ruime en schone cabin, evenals de toiletten in de gang.
We hebben de hele dag de beschikking over heet water uit de samovar die in de
gang staat. Zo kunnen we thee drinken, koffie en soep.
Alleen is het in de hutten bloedheet, en is er geen mogelijkheid om te douchen,
zodat we elkaar steeds beter gaan ruiken.
Na 2 dagen arriveren we in Ulaan Bator, de hoofdstad van Mongolië. Er wonen 1
miljoen mensen, terwijl er in het hele immense Mongolië 2,5
miljoen mensen wonen.
Buiten de stad wonen de nomaden. Rijke mensen, die leven in gers, ronde tenten.
Ze leven van hun vee. Melk, vlees.
Wij brachten een bezoek aan zo'n ger. Aten er de traditionele lunch van vet
vlees, gedroogde yoghurt en brood. Er wordt melkthee met zout
bij gedronken, heel functioneel voedsel. Daarna paardrijden door de bossen in de
omgeving en we genieten van de prachtige natuur in het
Terelj Nationaal park.
Voor we met de trein het station van Ulaan Bator inreden, ramde onze trein nog
een vrachtwagen. Twee zwaar gewonden en één dode, die er nog lag toen onze trein
met 2 uur vertraging passeerde.
Dan op weg naar het Siberische Irkutsk. De temperatuur is inmiddels zo'n 15
graden onder nul. Voor we Rusland binnen mogen, staan we 7 uur
in Soekje Bator. Er wordt gerangeerd, douane formaliteiten en andere
bureaucratische bezigheden.
Irkutsk is een redelijk grote stad aan de Angara rivier, heeft een aantal mooie
kerken, maar in de stad heeft het weinig te bieden. Als
je er langer blijft kan je naar het enorme Baikalmeer.
Na Irkutsk wordt het landschap beboster, met prachtige ongerepte sneeuw. De
Mongolen zijn uit de trein verdwenen, en vervangen door de Russen, die in het
begin afstandelijker zijn, maar later toch iets ontdooien.
We doorklieven het Oeralgebergte, dat de natuurlijke grens vormt tussen Europa
en Azië om tenslotte af te dalen naar Europees Rusland met de hoofdstad Moskou.
Moskou heeft een temperatuur van rond het vriespunt en is een beetje grauw. Maar
als ik op het Rode Plein loop is er weer een droom
uitgekomen. De beelden die ik ken van de TV of uit tijdschriften worden
werkelijkheid. Het Kremlin, de kleurige uien van de Basilan
Kathedraal, het rode Historisch Staats Museum, de Moskva rivier. Het is nu
allemaal tastbaar, een geweldige belevenis.
We komen nog midden in een demonstratie terecht, jonge communisten ageren tegen
het bewind van Poetin.
Het kan nu allemaal, al zijn er ook arrestaties.
Mijn reis is voltooid. Ik heb veel meegemaakt, mensen ontmoet, culturen leren
kennen. Het was een vruchtbare reis, waarvan de
herinneringen mij mijn leven lang bij zullen blijven.
EINDE.